Draai twee kaarten per beurt en vind alle paren. Hoe minder zetten, hoe beter!
Score = aantal paren × 100 − zetten × 5 + tijdbonus.
Het Geheugenspel is de klassieke paren-test: een veld vol omgedraaide kaarten waarachter plaatjes verstopt zitten. In elke beurt mag je twee kaarten omdraaien; draai je twee dezelfde om, dan zijn ze een paar en blijven ze openstaan. Je doel is alle paren te vinden met zo min mogelijk zetten. Het spel houdt je aantal zetten én je tijd bij, zodat je je eigen prestatie steeds kunt verbeteren.
Het spel heeft drie niveaus met een verschillend aantal kaarten: op Simpel zijn het er minder en op de hogere niveaus komen er meer paren bij. Het is een van de meest effectieve en leuke manieren om je werkgeheugen te trainen, en het werkt voor jong en oud. Omdat de kaarten elke keer anders liggen, blijft het ook na tientallen potjes uitdagend.
Kies een niveau en het veld verschijnt met alle kaarten op hun kop. Tik op een kaart om hem om te draaien, en tik daarna op een tweede kaart. Lijken de twee plaatjes op elkaar, dan blijven beide kaarten open en heb je een paar gevonden. Zijn ze verschillend, dan draaien ze na een kort moment weer terug. Ga zo door tot alle paren gevonden zijn. Het spel telt je zetten en houdt je tijd bij; eindig je binnen de streeftijd van het niveau, dan krijg je een tijdbonus.
Je score is een combinatie van het aantal zetten (hoe minder, hoe beter) en de tijd die je nodig had. Je kunt een niveau dus op twee manieren verbeteren: door efficiënter te zoeken en door sneller te spelen.
Stel dat je op het simpelste niveau twaalf kaarten ziet (zes paren). Je draait de eerste kaart om: een blauwe cirkel. Je draait een tweede kaart: een rode driehoek — geen paar, beide draaien terug. Nu weet je waar de blauwe cirkel en de rode driehoek liggen. Even later draai je opnieuw een blauwe cirkel om en je onthoudt dat de eerste blauwe cirkel linksboven ligt: je draait die om en hebt je eerste paar. Zo bouw je stukje bij beetje een mentale kaart van het veld op.
De beste strategie is niet willekeurig kaarten omdraaien, maar systematisch werken: draai kaarten één voor één om en onthoud hun positie. Verdeel het veld in gedachten in rijen en probeer elke rij te onthouden als je erlangs gaat. Draai je een kaart om die je herkent, ga dan meteen op zoek naar zijn paar in plaats van verder te verkennen. Bij veel kaarten helpt het om eerst alle kaarten één keer te zien en daarna pas paren te verzamelen.
De drie niveaus verschillen in het aantal paren. Op Simpel is het veld klein en kun je het snel uit je hoofd leren; op de hogere niveaus zijn er meer paren en wordt het echt een geheugentest. Het spel houdt per niveau je beste prestaties bij, zodat je kunt zien of je vooruitgaat. Wie van geheugentraining houdt, kan daarnaast de Kleurentest (Stroop) spelen, die juist je concentratie en reactiesnelheid test.
De grootste fout is willekeurig klikken zonder te onthouden waar je de kaarten zag. Elke willekeurige klik kost een zet en maakt je score slechter. Een andere valkuil: te veel tegelijk onthouden. Probeer niet alle kaarten tegelijk te onthouden, maar focus je op de posities die je net hebt gezien. Tot slot: let op de tijdbonus — als je snel speelt maar veel zetten gebruikt, kan een langzamer potje met minder zetten juist een betere score opleveren.
De drie niveaus verschillen in het aantal paren: op Simpel zijn er minder kaarten en op de hogere niveaus komen er meer paren bij, zodat het spel echt een geheugentest wordt.
Je score hangt af van het aantal zetten (hoe minder, hoe beter) en van je tijd. Eindig je binnen de streeftijd, dan krijg je een tijdbonus.
De twee kaarten draaien na een kort moment weer terug op hun plek. Je hebt dan één zet gebruikt zonder een paar te vinden.
Het spel houdt je prestaties bij tijdens je sessie, zodat je kunt zien of je bij een volgende poging beter scoort dan de vorige keer.
Ja, het Geheugenspel traint je werkgeheugen en je ruimtelijk geheugen. Regelmatig spelen helpt je om patronen sneller te onthouden, ook in het dagelijks leven.