Vind het volgende getal in de reeks. 10 reeksen, 20 seconden per reeks.
Kies een niveau om te beginnen.
Reken-reeksen is een puzzelspel waarin je het volgende getal in een getallenreeks moet voorspellen. Je ziet een rij getallen die volgens een bepaald patroon is opgebouwd — denk aan optellen, aftrekken, vermenigvuldigen of kwadrateren — en jij moet bedenken welk getal er als volgende komt. Elk potje bevat tien reeksen, en per reeks krijg je een aantal seconden de tijd om te antwoorden.
Het spel is er in drie niveaus: Makkelijk, Gemiddeld en Moeilijk. In het makkelijke niveau heb je twintig seconden per reeks, in het gemiddelde niveau vijfentwintig en in het moeilijke niveau dertig seconden. Hoe hoger het niveau, hoe ingewikkelder de patronen — in het moeilijke niveau komen combinaties van bewerkingen en kwadraten veel vaker voor.
Kies een niveau en druk op start. Je ziet een reeks getallen met daarachter een open plek, bijvoorbeeld 2, 4, 8, 16, 32, ... Onder de reeks staan vier mogelijke antwoorden. Bedenk welk patroon de getallen volgen, bereken het volgende getal en klik op het juiste antwoord vóór de timer afloopt. Ga je te langzaam of antwoord je fout, dan gaat het spel gewoon verder met de volgende reeks.
De patronen die je tegenkomt zijn klassiek: telkens een vast getal erbij optellen, eraf trekken, of vermenigvuldigen. Ook kwadraatreeksen (1, 4, 9, 16, ...) en combinaties daarvan komen voor. Het herkennen van het patroon is de helft van het werk; daarna is het volgende getal een kwestie van doorrekenen.
Stel dat je op het makkelijke niveau de reeks 3, 6, 12, 24, 48, ... ziet. Elk getal is twee keer zo groot als het vorige, dus het volgende getal is 96. Op het moeilijke niveau kom je misschien iets als 1, 4, 9, 16, 25, ... tegen: dat zijn de kwadraten van 1 tot en met 5, dus het volgende getal is 6² = 36.
Bereken eerst het verschil tussen de eerste twee of drie paren getallen. Zijn de verschillen gelijk, dan is het een optel- of aftrekreeks. Worden de getallen snel groot, denk dan aan vermenigvuldigen of kwadrateren. Controleer je patroon altijd aan minstens drie opeenvolgende getallen vóór je antwoordt — een patroon dat maar twee getallen klopt, is vaak een loos spoor. Werk bij een combinatiepatroon stap voor stap: eerst de ene bewerking, dan de andere.
De drie niveaus verschillen in tijd én in de moeilijkheid van de patronen. Makkelijk bevat vooral optel- en aftrekreeksen met een vaste stap. Gemiddeld voegt vermenigvuldigingen toe. Moeilijk combineert bewerkingen en gebruikt vaker kwadraten. Een goede opbouw: begin makkelijk om het ritme te leren, en stap pas over naar een hoger niveau als je de lagere reeksen bijna altijd goed hebt.
De grootste valkuil is een patroon herkennen na slechts twee getallen en dan te snel klikken. Een verschil van 3 tussen de eerste twee getallen betekent niet automatisch dat het verschil overal 3 is. Een andere fout: vergeten dat een reeks kan beginnen met een getal dat er 'toevallig' in past, terwijl het echte patroon pas later begint. Tot slot moet je in het moeilijke niveau opletten met de volgorde van bewerkingen — een kwadraat vóór een optelling geeft een ander antwoord dan andersom.
Elk potje bevat tien reeksen. Per reeks moet je het volgende getal bepalen voordat de timer afloopt.
De niveaus verschillen in tijd per reeks (20, 25 of 30 seconden) en in de moeilijkheid van de patronen. Moeilijk bevat combinaties en kwadraten.
Vooral optellen en aftrekken met een vaste stap, vermenigvuldigen met een vaste factor, en kwadraatreeksen. In het moeilijke niveau worden bewerkingen gecombineerd.
De ronde telt als fout en het goede antwoord wordt getoond. Daarna ga je door naar de volgende reeks, zodat je altijd het hele potje kunt uitspelen.
Nee. Bij Logica-reeksen zoek je het getal dat níét in de reeks past; bij Reken-reeksen voorspel je juist het volgende getal. Ze vullen elkaar goed aan.